donderdag 30 december 2010

Verdraagzaamheid

Wij kunnen in de ware zin van het woord verdraagzaam zijn, wanneer wij weigeren zowel voor onszelf als voor onze naasten dwaling in welke vorm dan ook, zowel zonde, ziekte of gebrek, als werkelijk te aanvaarden.
Ten einde ons een beter inzicht te geven en ons te bemoedigen, heeft Mrs. Eddy geschreven in Miscellaneous Writings (blz. 284): "Het kwade is niet iets, waarvoor wij moeten vrezen of vluchten of dat meer werkelijk wordt, wanneer wij het bestrijden. Wanneer het kwade aan zichzelf wordt overgelaten, zal het steeds werkelijker en brutaler worden en meerdere aanspraken doen gelden, maar wanneer wij het met Science tegemoet treden, kan en zal het door Science overwonnen worden." Jacobus bevestigt deze verklaring in de woorden: "Weerstaat den duivel, en hij zal van u vlieden."
In het licht van Waarheid gezien, wordt verdraagzaamheid voor ons een zeer belangrijke eigenschap, welke wij in ons dagelijks leven voortdurend in toepassing moeten brengen. In Christian Science leren wij begrijpen dat we onmiddellijk alle plaats en macht kunnen ontzeggen aan dat wat niet "de schoonheid der heiligheid" (naar de Engelse Bijbelvertaling) weerspiegelt en de alomtegenwoordigheid en almacht van oneindige volmaaktheid kunnen erkennen. Op die manier verwerpen wij het foutieve, stoffelijke geloof, dat verdraagzaamheid van ons zou eisen, dat wij onaantrekkelijke karaktertrekken in onszelf of in anderen geduldig over het hoofd moeten zien, terwijl wij ze toch voor werkelijk blijven houden; het brengt ons daarentegen de ware vreugde, die de zondeloze ikheid en smetteloze reinheid kent van alle zonen en dochteren Gods. Paulus heeft geschreven: "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen maar naar den Geest."
In gehoorzaamheid aan de woorden van Mrs. Eddy in Message to the Mother Church for 1902 (blz. 2) zullen wij onvermijdelijk de ware geest van verdraagzaamheid tot openbaring brengen: "Te leven en te laten leven zonder onderscheidingen of erkenning te eisen, de goddelijke Liefde te verbeiden, vóór alles de waarheid in ons eigen hart te schrijven, - dit is leven in al zijn gezondheid en volmaaktheid - en het is mijn ideaal voor de mens."
Ons loon voor verdraagzaamheid zal zijn de oogst van een rijker en stralender leven, waardoor wij onszelf en onze naaste medemens ten zegen zijn.

woensdag 29 december 2010

Wapenrusting

Paulus heeft tegen de Efeziërs gezegd: “Doet aan de gehele wapenrusting Gods, . . . want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, van de duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.”
Geestelijke boosheden komen niet voort uit het goddelijk Gemoed en hebben dus geen werkelijke bron, intelligentie of macht. Wanneer wij ons metafysisch werk doen, dagelijks bidden, moeten wij allereerst ons bewustzijn open stellen voor de waarheid omtrent God, de mens, het heelal, de wet en het landsbestuur. Dan moeten we er altijd voor zorgen, dat we niet nalaten de fase van de dwaling te behandelen, die behandeld moet worden.

God is Gemoed, Geest, Leven, Waarheid en Liefde. God is het bewuste, oneindige, eeuwige alomtegenwoordige Zijn. God is het éne scheppend Beginsel, de enige oorzaak. De mens is één met dit oneindig, volmaakt, bewust Gemoed, dat alleen goed en altijd goed is. De mens, als Gods gelijkenis, heeft geen geschiktheid of bekwaamheid om andere dan goede gedachten te denken. Bewuste kennis van dit feit is een volledige bescherming tegen de macht, die verkeerd denken beweert te hebben, om ons te schaden of ons verkeerdelijk te beïnvloeden, want zoals Mrs. Eddy zegt op blz. 210 van The First Church of Christ, Scientist, and Miscellany: “Goede gedachten zijn een ondoordringbare wapenrusting; daarmede bekleed, zijt gij volkomen beschermd tegen de aanvallen van dwaling van welke aard dan ook.”

dinsdag 28 december 2010

Geestelijke macht

Tijdelijke heersers zijn opgekomen en gevallen, naarmate hun wetten in overeenstemming of in tegenspraak waren met de goddelijke wet, zijn naaste lief te hebben als zichzelf. Maar altijd heeft men in de loop van de geschiedenis van de wereld van alle volkeren het bewijs kunnen vinden van de onweerhoudbare macht van Waarheid en Liefde tot bestendiging van het goede en vernietiging van het kwade, omdat het goede in wezen eeuwig en het kwade voorbijgaand en misleidend is.
Christian Scientisten ontkennen in deze tijd allerminst de ernst van de toestand. Maar in plaats van met vrees en bezorgdheid de loop van de gebeurtenissen gade te slaan, houden zij standvastig en met blijdschap het oog gericht op het snel stijgende getij van geestelijke macht, dat niet tegen te houden is en dat de heerschappij van het goddelijk Beginsel vestigt. Het is zoals de schrijver in II Kronieken zegt: "Onze ogen zijn op U."
Onmenselijkheid, begerigheid, zelfzucht en onrechtvaardigheid zijn nooit eigenschappen van het goddelijk Gemoed geweest. Christian Science brengt in het menselijk leven de gezonde en mooie eigenschappen van mensenliefde, goede gezindheid, onzelfzuchtigheid en rechtvaardigheid aan het licht; het stelt de mensen in staat deze grootse eigenschappen lief te hebben en in de belangrijkste, zowel als kleinste bijzonderheden van hun leven toe te passen.
Kan het dan anders, of deze geestelijke macht zal tenslotte alle mensen met haar zegeningen bereiken?

maandag 27 december 2010

Overvloed

In Miscellaneous Writings (blz. 307), heeft Mrs. Eddy geschreven: "God geeft u Zijn geestelijke ideeën en op haar beurt geven deze u uw dagelijkse voorziening." Dit is een ondubbelzinnige verklaring, een bemoedigende verzekering van goddelijke overvloed. God geeft ons inderdaad Zijn ideeën, niet ten dele, maar ten volle en onafgebroken.
Het is niet moeilijk te begrijpen, dat het tegenovergestelde of het omgekeerde van gebrek overvloed is. Gods weerspiegeling kan aan niets gebrek hebben. Paulus noemt: "de vrucht des Geestes ... liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid", enz. Deze eigenschappen zijn substantie en brengen de onuitputtelijke, geestelijke voorziening of goddelijke overvloed tot uitdrukking. Liefde, het goddelijk Beginsel, is de bron van alle ware substantie. Het logisch gevolg van het begrijpen van geestelijke overvloed is, dat wij nooit gebrek zullen hebben aan intelligentie, wijsheid, gezondheid, liefde, aan geestelijke ideeën, wanneer wij ons ieder ogenblik en onophoudelijk bewust zijn van het feit dat wij "leven, ons bewegen en zijn" in de oneindige God, of het goddelijk Gemoed, de overvloedige en enige bron van ware substantie.

Waar Jezus in een gebrek aan het nodige voorzag, deed hij dit steeds overvloedig. Wij zien hem dit doen bij het bruiloftsfeest te Kana, waar hij water in wijn veranderde, aan de kust van de zee van Galilea, toen de discipelen, zijn aanwijzingen volgend, een "menigte der vissen" vingen en toen hij in de woestijn de scharen spijzigde. Onze Meester was, als steeds, bewust van de geestelijke werkelijkheid en van de goddelijke tegenwoordigheid, toen hij sprak: "Ik ben gekomen opdat zij het leven hebben en overvloed hebben."

dinsdag 21 december 2010

Christmas Guiding light

video
by Kari Mashos

It's that time of year again! Some are scrambling to buy presents and rushing around to visit friends and family. Christian Science lecturer Kari Mashos likes to slow down and remember why Christmas is on the calendar in the first place.

maandag 20 december 2010

zondag 19 december 2010

Vrijmaken

Jezus heeft gezegd (Joh 8:32): "Gij zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken." Christian Science openbaart deze waarheid; de vrijheid, die zij als vrucht daarvan belooft, wordt ervaren naargelang men haar leringen aanvaardt in het licht van de geopenbaarde wetenschappelijke werkelijkheid. Het is voor een ieder mogelijk en noodzakelijk, zichzelf tot wet te zijn - een verbeterde wet van juist handelen en juist denken; het is voor iedereen mogelijk de bevrijdende waarheid toe te passen, waarvan de Meester gezegd heeft, dat wij die verstaan zullen; en op dit punt is het, dat wij Christian Science, het Godsgeschenk aan de mensheid, nodig hebben en gaan waarderen.
Deze voor iedereen toegankelijke wetenschap, door Mary Baker Eddy uiteengezet in haar leerboek Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift leert ons (blz. 6): "De goddelijke Liefde verbetert en bestuurt de mens."
Het goddelijk Beginsel, Liefde, is wanneer het weerspiegeld en be-leefd wordt, de verbeterende gids, waardoor ieder van ons in het licht van Waarheid de nietsheid van de dwaling kan zien en in staat is stap voor stap het bewustzijn te zuiveren en te verbeteren, overeenkomstig het volmaakte voorbeeld, de Christus-idee.
Door waakzaamheid en ootmoedig gebed zal tenslotte dat "ware bewustzijn" zich vestigen, waarvan Christian Science leert, dat het "alleen kennis draagt van de dingen Gods" (blz. 276) en er is geen andere tegenwoordigheid, want het oneindig Gemoed en Zijn ideeën vormen alle werkelijke zijn.

vrijdag 17 december 2010

Eigenschappen

Als wij een trap opklimmen, komen we niet op de vijfde tree, voor wij de eerste vier zijn opgegaan. Doordat wij de eerste tree hebben gehad kunnen wij de tweede bestijgen en zo verder.
Naargelang wij vandaag de waarheid, die we begrijpen, toepassen of bewijzen, zijn wij klaar om morgen meer te begrijpen.
De macht van het goede, die de macht van God is, is zeer groot en toch zo teder. Er is niets dat deze macht van God, of het goede kan weerstaan en er is niets vernietigends in. Het is de macht van God, of het goede, die ons vrij maakt van ieder verkeerd verlangen (zonde) en van iedere vrees (ziekte en dood). De macht van God strijdt evenmin tegen het kwaad, als het licht strijdt tegen de duisternis. Als het licht komt, verdwijnt de duisternis.
Mrs. Eddy zegt in The First Church of Christ, Scientist, and Miscellany (blz. 274): "Waarde lezer, juist denken, voelen, en handelen -eerlijkheid, reinheid en onzelfzuchtigheid- in de jeugdjaren, leiden tot succes, verstandsontwikkeling en geluk op volwassen leeftijd."
Laten we dus vandaag beginnen dankbaar te zijn voor alles wat wij van het goede begrijpen, al is het nog zo gering. Laten we vandaag beginnen liefderijker, vriendelijker, fijngevoeliger, onzelfzuchtiger en verdraagzamer te zijn en meer vertrouwen te hebben. Naarmate wij steeds meer van de aan God-gelijke eigenschappen tot uiting brengen, leren wij meer van Hem te begrijpen en kunnen wij met David zeggen: "Gij zult mij het pad des levens bekend maken: verzadiging der vreugde is bij uw aangezicht, lieflijkheden zijn in uw rechterhand eeuwig."

woensdag 15 december 2010

dinsdag 14 december 2010

Verandering

"Wat of waar is het koninkrijk Gods of hemel?" Jezus van Nazareth heeft aangegeven dat er drie zeer bepaalde dingen over het koninkrijk Gods gezegd kunnen worden, nl.: ten eerste, dat het een staat is van zich ontwikkelende werkzaamheid; ten tweede, dat berouw ons doet zien, dat het "nabij gekomen is"; ten derde, dat het niet komt met "uiterlijk gelaat", d.w.z. niet van buitenaf, omdat het, zoals Jezus gezegd heeft "binnen ulieden" is.
In de Evangelien vergeleek Jezus het koninkrijk Gods met het mosterdzaad, dat van een bijna onzichtbaar zaadje tot een boom groeit, die de vogelen des hemels een schuilplaats biedt. Het is gelijk het zuurdesem, dat geleidelijk het gehele deeg doorzuurt. Het is gelijk het zaad, dat ontkiemt en groeit, en de zaaier weet niet hoe. Het is gelijk de verborgen schat, de "parel van grote waarde", welke waard is, dat een mens alles wat hij heeft er voor opoffert.

Uiteindelijk zullen we moeten toegeven dat, waar het koninkrijk der hemelen een staat van gemoed of van bewustzijn is, er een algehele verandering in het menselijk denken en de menselijke idealen zal plaatsvinden, wanneer iemand het koninkrijk Gods begint te erkennen.
Opvallend is het gezegde van de Meester tot Nicodemus: "Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien." Wat kan hij anders bedoeld hebben dan een volledige omkering van het denken van een stoffelijke naar een geestelijke basis? Het duidt op een nieuwe kijk op dingen, nieuwe aspiraties, nieuwe inzichten omtrent het verschijnen van de "nieuwe mens". Deze omvorming voltrekt zich niet in één dag, maar het is duidelijk dat zij het doel is, waarnaar de christenwereld altijd te streven heeft. Mrs. Eddy zegt in Miscellaneous Writings (blz. 341): "Zoeken is niet voldoende om de resultaten van Christian Science te gewinnen, gij moet er naar streven en de de overwinning in dit streven wordt bereikt door oprechtheid en ootmoed."

maandag 13 december 2010

Trots

Jezus, de beste mens, die ooit op aarde geleefd heeft, zei ootmoedig: "Wat noemt gij mij goed? Niemand is goed dan één, namelijk God." De Meester erkende dus God als de enige bron van zijn vermogen om goed te zijn en het goede te doen - hoeveel te meer moesten dan nederige volgelingen bereid zijn dit te doen!
Het goede, dat Christian Scientisten denken, zeggen of doen, komt niet uit henzelf voort, is niet hun bijzondere eigendom. Integendeel, het vindt zijn oorsprong in God, het oneindig goede, en omdat dit zo is, is het in wezen universeel en behoort het allen toe. Omdat dus goedheid geen persoonlijk bezit is, kan niet één persoon er uitsluitend beslag op leggen en evenmin is het - in absolute zin gesproken voor de ene mens meer mogelijk die goddelijke eigenschap tot uitdrukking te brengen, dan voor de andere. Allen hebben, in waarheid, dezelfde oneindige bron van goedheid; daarom is het in geen enkel opzicht te verontschuldigen, dat iemand trots zou zijn, omdat hij uitdrukking geeft aan goedheid.
Mrs. Eddy besefte ongetwijfeld, dat hoogmoed een belemmering zou zijn voor Christian Scientisten in hun strijd tegen zonde en ziekte en daarom schrijft zij in Wetenschap en Gezondheid (blz. 451): "Christian Scientisten moeten voortdurend onder de drang van het apostolisch gebod leven om uit de stoffelijke wereld uit te gaan en zich daarvan af te scheiden. Zij moeten zich onthouden van agressie, onderdrukking en machtshoogmoed."
Trots is een vorm van zelfzucht, die er toe leidt onszelf de wijsheid en, intelligentie en bekwaamheid aan te matigen, die alleen aan God toebehoren en Hem ook alleen moeten worden toegeschreven.

zaterdag 11 december 2010

Maar

Moed is een eigenschap van waarheid en is daarom altijd overvloedig beschikbaar; wanneer wij echter geen moed schijnen te hebben, vallen we gemakkelijk ten prooi aan de verkeerde inblazingen, die zich elke dag aan ons opdringen.
Een listige dwaling, schijnbaar klein en onschadelijk, is het gebruik van het woordje maar.
Zodra het sterfelijk gemoed er iemand toe brengen kan maar te zeggen op een verklaring van Waarheid, is het mogelijk, dat deze vorm van twijfel het bereiken van vrijheid in de weg zal staan. Telkens wanneer zich een maar voordoet, moet dit verbeterd worden. Vooruitgang wordt alleen verkregen door zelf-ontleding en door standvastig streven. Elke beproeving is een gelegenheid om verder te komen, niet een verontschuldiging voor achteruitgang.
Mrs. Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid (blz. 19): "Als de zondaar voortgaat met bidden en berouw hebben, met zondigen en spijt hebben, heeft hij weinig deel aan de verzoening - aan het één-zijn met God - want hem ontbreekt daadwerkelijk berouw, dat het hart hervormt en de mens in staat stelt de wil van wijsheid te doen."
Door volhardend te weigeren om te luisteren naar de stem van verzoeking, van misleiding en bedrog of naar een opkomende gedachte van ziekte, zal men ervaren dat zulke verzoekingen en beweringen steeds meer hun kracht verliezen, totdat zij tenslotte in nietsheid verdwijnen.

donderdag 9 december 2010

Dauw

Liefde zelf vervolmaakt in ons de liefde voor het goede en Liefde zelf versterkt en beloont ons besluit om het goddelijk Beginsel te gehoorzamen. Wanneer wij trouw vasthouden aan het feit dat geestelijke volmaaktheid de waarheid is, zullen wij onze eigen volmaaktheid als weerspiegeling van Liefde ontdekken. Vrees verdwijnt naarmate wij de wetenschappelijke waarheid voor ogen houden en zien, dat 'God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid.'

De mentale gezondheid en geestelijke macht, ons door het goddelijk Gemoed geschonken, zijn ons eigendom en door deze te gebruiken, zal onze dankbaarheid jegens God toenemen en ons verblijden in onze ware identiteit. Dankbaarheid jegens God is als de zilveren dauw op het dorre land. Waar deze dauw van dankbaarheid neerdaalt, vinden bezwaarde harten vrede en rust, want de mensheid smacht naar Liefde, die in liefde weerspiegeld wordt.

Het is niet mogelijk zich voor te stellen, dat er iets schadelijks zou voortkomen uit goddelijke Liefde of daarin zou kunnen verblijven.
Het zou dus geen zin hebben om te proberen vrees te bestrijden alsof het een wezenlijk iets is of een werkelijke eigenschap was, want vrees is slechts een toestand van onwetendheid omtrent God of het goede. En deze onwetendheid bestaat niet. Inderdaad, wie zou er bang zijn voor onwetendheid, wanneer hij Christian Science bij de hand heeft om die te verdrijven?

dinsdag 7 december 2010

zaterdag 4 december 2010

Lessen

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament wordt verschillende malen beschreven, dat boosaardige werkingen van het kwade machteloos gemaakt worden en dat beproevingen daadwerkelijk in zegeningen veranderen, voor degenen die standvastig bij God leiding en bescherming zoeken. 
Elke beproeving, die wij meemaken, elke teleurstelling, elke tegenstand die wij ontmoeten, elke smart, elke pijn, elke teleurstelling, kan voor ons een zegen worden, naarmate wij de dwaling uit onze gedachten verdrijven, en wij, zodra wij zien welke les de goddelijke Liefde ons leren wil, besluiten er ons voordeel mee te doen en dan dit besluit uit te voeren.
Natuurlijk moeten wij waken tegen het geloof, dat onze groei en onze vooruitgang in Christian Science moeten komen door (of als gevolg van) beproevingen en tegenspoeden.
Naarmate wij ijverigheid tonen in onze studie en toepassing van Christian Science zullen we ervaren, dat wij bij de behandeling van onze moeilijkheden en beproevingen steeds meer wakker zijn voor de gelegenheid, ons in die gevallen geboden, tot biddend zelf-inkeer, tot zelf-ontleding en verbetering.
Wij hebben geleerd onvoorwaardelijk te vertrouwen op hetgeen Christian Science leert. Mrs. Eddy schrijft in The First Church of Christ, Scientist, and Miscellany (blz. 149, 150): "Vergeet niet, dat gij in geen enkele omstandigheid, hoe ernstig ook, gebracht kunt worden, waar Liefde niet vóór u  geweest is en waar haar tedere lessen u niet wachten. Wanhoop derhalve niet en murmureer niet, want datgene wat zoekt te redden, te genezen en te bevrijden, zal u leiden, zo gij die leiding zoekt."

vrijdag 3 december 2010

Tegenwoordige

In Miscellaneous Writings blz. 183 zegt Mrs. Eddy het volgende:"De mens is Gods beeld en gelijkenis; wat voor God mogelijk is, is voor de mens, als Gods weerspiegeling, ook mogelijk." Dit inzicht maakt een einde aan het geloof, in welke vorm dan ook, dat de vermogens van de mens beperkt zijn. Naarmate stervelingen deze stand van zaken beseffen, en een beroep doen op hun goddelijk recht zullen beperkingen van hen afvallen en dit zal in dezelfde mate plaats hebben, waarop hun inzicht in helderheid toeneemt.
De werkelijke mens, de vertegenwoordiger van God, met Hem tezamen bestaand, en met Hem samen eeuwig, heeft geen toekomst en geen verleden. Hij verblijft in wat geestelijk tegenwoordig is, in het bewustzijn van de Vader-Moeder God.
De Prediker heeft duidelijk uiteengezet dat alle werkelijkheid nu aanwezig is. Volgens een moderne Engelse vertaling luidt vers 3:15: "Al wat is, is er reeds geweest; al wat zal zijn, bestaat reeds; en wat verdwijnt wordt altijd door God teruggebracht." 
Deze stellige overtuiging, dat al het goede in het tegenwoordige bestaat, moet voor stervelingen een aansporing zijn om onderzoek te doen naar het goddelijk erfdeel. Door onderzoek kan de mens leren beseffen, hoe rijk hij in geestelijkheid is; kan hij leren beseffen, wat het inhoudt om een kind van God te zijn, een mede erfgenaam met Christus.

Jezus heeft in duidelijke bewoordingen gezegd: "En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen." Dit wil zeggen dat wij ons werk goed moeten doen; en dit werk bestaat in bidden op de juiste wijze, niet in een smeekbede tot God ons iets te geven dat Hij ons onthoudt, maar juist een beroep doen, op wat op wetenschappelijke grond, op wat ons reeds toebehoort, nl. een onbeperkte overvloed van het goede dat in elk van onze noden voorziet.

donderdag 2 december 2010

Gedachte-verrijking


Werkeloosheid is een onderwerp, dat zich met kracht aan de hedendaagse wereld opdringt. Ook hierin is Christian Science een grote hulp voor de enkeling en tenslotte zal Christian Science voor allen het probleem oplossen. Een scientist die werk zoekt, moet beseffen, dat hij, die eerlijk Christian Science bestuurt, altijd iets te geven heeft en wanneer hij verstandig is, zal hij onmiddellijk beginnen juiste gedachten uit te zenden uit zijn voorraadschuur van geestelijk begrijpen. Hij kan beginnen met na te gaan, waarvoor hij dankbaar kan zijn, hij kan zijn zegeningen tellen en God verheerlijken voor Zijn goedheid. 


Dit soort geven, dit weerspiegelen van God zal zijn hart verwarmen en zijn levensopvatting op een hoger peil brengen. Hij zal gaan inzien en voelen, dat God met hem is, dat hij één is met zijn Maker. Laat hij dan de stappen ondernemen, die hem verstandig en juist lijken in zijn zoeken naar werk, intussen bewust zijnde, dat men hem nodig heeft, omdat hij iets te geven heeft. Hij is bereid bij zijn werk die gedachten en doelstelling toe te passen, waarmee hij de van God-geschonken eigenschappen tot uitdrukking brengt, in welke richting zijn werk ook zou mogen liggen. 
Zo zal hij het probleem tegemoet treden in de positieve houding van te willen geven, niet vanuit het negatieve standpunt van te willen ontvangen. Hij moet zijn gedachten verrijken door een begrip van geestelijk één-zijn met zijn Vader-Moeder, God, bij Wie altijd een overvloedige voorziening van het goede is.


Hij kan er van verzekerd zijn dat deze gedachte-verrijking in zijn uiterlijke omstandigheden zichtbaar worden, in zijn noden voorzien en vraag en aanbod in elkaar passen. In The First Church of Christ, Scientist, and Miscellany schrijft Mrs. Eddy op blz. 186: "Wees er van verzekerd, dat Hij, in Wie wij allen leven, welzijn en heiligheid woont, in al uw noden zal voorzien, overeenkomstig de rijkdom Zijner heerlijkheid."