vrijdag 5 november 2010

Liefhebben



Onze naaste lief te hebben op menselijke wijze is schijnbaar makkelijk, maar dit menselijk begrip van liefde is zo vol van onvolmaaktheden en sterfelijke opvattingen, dat de resultaten altijd onzeker zijn. Juist doordat menselijke liefde beweert werkelijk te zijn, zal zij vaak voor onze blik verborgen houden dat geestelijke en onpersoonlijke zin van liefde “geen kwaad denkt”.
De resultaten van menselijke liefde bewijzen echter, dat zij niet meer dan een nabootsing zijn. Onze naaste zal niet blijvend geholpen worden door enige uitdrukking van liefde, al is deze nog zo vriendelijke of gevoelvol, wanneer zij niet de weerspiegeling van de goddelijke Liefde is. De mens wordt geschaad door vleierij die door menselijke liefde wordt gevoed. 

Heeft Jezus dan geen menselijke genegenheid getoond?  De menselijke genegenheid die Jezus ons leerde, bevatte geen enkel element van zelfzuchtige ontroering of verlangen. Zij was in werkelijkheid de openbaarwording van de goddelijke Liefde. Alleen op deze wijze liefhebben en blijk geven van onzelfzuchtige genegenheid, is er zekerheid dat men het ware begrip van Liefde niet laat vervalsen of ontluisteren door persoonlijke drijfveer of door verlangen naar lof en gevlei.

Waar schijnbaar veel verwarring en disharmonie heerst is geestelijke liefde het meest nodig. In de woorden van Mrs. Eddy (Elementaire Goddelijke Wetenschap, blz. 9) lezen we hoe we de waarheid van haar woorden door getrouwheid kunnen bewijzen: “De geestelijke macht ener wetenschappelijke, juiste gedachte heeft menigmaal verouderde kwalen genezen zonder rechtstreeks daartoe aangewend te zijn, zonder een uitgesproken of zelfs een mentaal betoog.”

Geen opmerkingen: