dinsdag 17 augustus 2010

Zaken doen


Ongeveer vierduizend jaar geleden stond een man, Abraham genaamd, voor een ernstig zakelijk probleem. Hij was veefokker en er was niet genoeg grasland om zijn kudden en die van zijn concurrent, Lot, te voeden. De concurrentiestrijd kwam tot botsing tussen Abraham en Lot. Lot vertrouwde op het stoffelijk geloof en Abraham vertrouwde op God en zocht de oplossing in geestelijk begrijpen. Abraham werd een voorspoedig en welvarend man.

Mrs. Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid(blz. 544): “Alles is onder het bestuur van het ene Gemoed, van God.”
Gemoed kent geen ongelijkheid tussen vraag en aanbod en wanneer dit begrepen wordt, geeft dit levenskracht en duurzaamheid aan het zakenbedrijf. Door zijn gedachten op te heffen tot het besef van oneindigheid (in plaats van beperking van de stof) wordt ook voor de zakenman alles bereikbaar wat God aan de mens geeft.

Als goddelijk Gemoed schenkt God hem zonder onderbreking de juiste ideeën. Als onsterfelijke Ziel verleent God onbeperkt inzicht en overleg. Als goddelijk Beginsel werkt God als de ononderbroken, onweerstaanbare wet van harmonie en volmaaktheid. Als eeuwig Leven ontvouwt God eindeloze levenskracht en onmetelijke vooruitgang. Als oneindige Liefde verleent God onbegrensde inspiratie. Zijn onuitputtelijk rijk van het goede staat open voor de mens. 

Geen opmerkingen: