woensdag 21 april 2010

Jona

Voor velen is de geschiedenis van Jona een symbolische voorstelling van de ervaring van stervelingen, wanneer zij schijnbaar aan elke zijde door het kwaad worden bestookt en er geen middelen ter bevrijding zien. Toch moet Jona een beetje de overtuiging hebben gekregen, dat zijn schijnbaar hopeloze ervaring niet zozeer een uiterlijke toestand was, waaruit hij bevrijd moest worden, als wel een toestand van op dwaling berustende gedachte, die verbeterd moest worden. Want zijn gedenkwaardig gebed was een volmaakte erkenning van God en zijn macht tot bevrijding (Jona 2:7-9): "Toen mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan de Heere; en mijn gebed kwam tot u, in de tempel uwer heiligheid. Die de valse ijdelheden onderhouden, verlaten hun weldadigheid; maar ik zal u offeren met de stem der dankzegging; wat ik beloofd heb, zal ik betalen. Het heil is des Heeren."
Op hetzelfde moment dat de stoffelijke zin vol aanmatiging beweert, dat wij verloren zijn, kunnen wij evenals Jona ons Gods macht herinneren en onze gebeden opzenden tot Hem, door Wie zij altijd worden verhoord.
Wij kunnen zien en aanvaarden, niet, wat de dwaling zegt dat niet gedaan kan worden, maar, wat God zegt, dat reeds gedaan is en, wat de mens als Zijn weerspiegeling nu tot uitdrukking brengt. Niets kan verhinderen, dat wij onszelf genezen van het aannemen van ontmoedigende ongunstige berichten.
Wij behoeven slechts te luisteren naar Gods engelenboodschappen, die immer tegenwoordige geestelijke feiten openbaren.

Geen opmerkingen: