dinsdag 16 maart 2010

Ontferming

Christus Jezus bezat meer dan iemand anders op aarde ontferming. Zijn verheven ontferming komt het duidelijkst tot uiting in zijn woorden tijdens de kruisiging: "Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen." (Luk. 23:35) Heel vaak staat in de Bijbel dat Jezus met "barmhartigheid" of met "ontferming" bewogen was. Deze woorden worden bijna altijd gevolgd door het relaas van een genezing, door een nieuw begin, of doordat er in een bepaalde nood werd voorzien. Jezus' ontferming was gebaseerd op de wetenschap dat de werkelijke mens, die naar Gods gelijkenis is geschapen, geestelijk, volmaakt en eeuwig is. Hij kende de goddelijke Waarheid, en hij kende de goddelijke Liefde. God bezielde hem in al zijn gedachten en daden. Het leven van Christus Jezus was het goede in werking, dat klopte aan de deur van het menselijk bewustzijn en zei: "De mens Gods kan nooit slecht, ziek of onharmonisch zijn. Heb je werkelijke wezen lief en wees vrij." Dit was de manier waarop zijn ontferming werkte. Het stelde hem in staat te onderkennen dat zonde een toestand van gedachten en daden is die op een verkeerde gevolgtrekking berust. Daarom veroordeelde hij nooit de zondaars persoonlijk, maar hielp hen een uitweg te vinden om uit die toestand te geraken.
Jezus' ontferming was dus niet alleen maar een warm menselijk gevoel. Het was een actieve genezende macht die ziekte en zonde overwon en zelfs de doden opwekte. Hij onderwees dat deze ontferming een van de essentiële drijfveren moet zijn in het leven van de mens. Als wij deze genezende ontferming voelen voor onze naasten, onze echtgenoten, familie en werkgevers, dan vinden er allerlei goede dingen plaats: er komen betere onderlinge verhoudingen tot stand, er ontstaan nieuwe vriendschappen en een gevoel van bij elkaar horen.

Geen opmerkingen: