donderdag 4 maart 2010

Bewijs

De schrijver van de brief aan de Hebreeërs sprak uit ervaring toen hij schreef (11:1): "Het geloof nu is een vaste grond der dingen dien men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet." Hij had zijn ervaring niet alleen opgedaan door zijn geloof, dat zwaar op de proef werd gesteld, maar ook door zijn begrip van de wet die aan alles ten grondslag ligt.

Elke poging om de regels van geestelijke waarheid, die Wetenschap en Gezondheid bevat, te demonstreren, stelt ons in staat vaster in de wet van de goddelijke Liefde te staan. Elk streven om voor iemand anders de geestelijke wet van genezing te bewijzen, wordt gecompenseerd door een groter begrip van onze eigen veiligheid en die van anderen in het eeuwige plan van het bestaan.
Wat men dus in Christian Science onder geloof verstaat, sluit geestelijk inzicht in, dat ver buiten de grenzen van de fysieke zinnen reikt en een glimp opvangt van de werkelijkheid, die aan het oneindig heelal van het goddelijk Gemoed ten grondslag ligt Die glimp brengt het praktische bewijs met zich van de onveranderlijke liefde van God voor Zijn schepping, "een bewijs der zaken die men niet ziet."

Geen opmerkingen: