zondag 17 februari 2019

Leidstar

Mrs. Eddy verzekert ons: “Het kruis is het centrale zinnebeeld in de geschiedenis. Het is de leidstar bij de demonstratie van het Christelijk genezen - de demonstratie, waardoor zonde en ziekte wordt vernietigd” (No & Yes p. 33). Als wij het kruis in alle zachtmoedigheid aanvaarden als de leidstar bij onze demonstratie van Gods alheid, alomtegenwoordigheid en almacht, zullen wij geen tijd verspillen met te luisteren naar de argumenten van het sterfelijk gemoed: zelfmedelijden, wrok, teleurstelling, ontmoediging en wanhoop. We zullen ons dan resoluut afkeren van de afleidende omwegen van het sterfelijk gemoed, omdat we begrijpen dat het sterfelijk gemoed ons wil verhinderen ook maar iets te ontdekken van wat de nietsheid en onwerkelijkheid van de dromen van dit gemoed zou bewijzen. Wanneer we de eigenschappen tot uitdrukking brengen die aan God toebehoren, geven we het bewijs dat Hij met ons is. We zullen merken dat wij dan met succes zelfmedelijden vervangen door dankbaarheid voor wat wij als Gods weerspiegeling van het goede tot uitdrukking brengen. We zullen ervaren hoe wrok overgaat in een actief verwachten van zegen en vooruitgang en bewustwording. Teleurstelling, ontmoediging en wanhoop zullen verdwijnen (zoals duisternis verdwijnt bij de komst van het licht) voor de lichtgevende openbaring van Gods wezen en van waarachtig kennen, handelen en zijn. Als wij de bewijzen geven van het Christelijk genezen, wordt het kruis daadwerkelijk onze leidstar, een licht dat ons leidt op onze weg naar Geest.

zaterdag 16 februari 2019

Genezing langs geestelijke weg

Sommige Christenen geven er de voorkeur aan voor genezing geheel op God te vertrouwen. Geconfronteerd met ziekte of letsel of enige ander moeilijkheid, bidden zij. Dankbaar erkennen zij God als nimmer falende bron van troost, kracht en vrijheid. De genezende wet van God is hun eerste toevlucht, onverschillig tegenover welke problemen zij ook komen te staan. Maar soms vraagt men zich af of het werkelijk iets uitmaakt waar men zijn vertrouwen in stelt om genezen te worden. Wanneer genezing langs geestelijke weg lichamelijke verlossing brengt en stoffelijke middelen of medische behandeling dat ook doen, wat maakt het dan uit of men er de voorkeur aan geeft zich voor genezing tot God te wenden? Eén reden daarvoor is dat genezing langs geestelijke weg zo veel meer biedt dan alleen maar genezing van lichamelijke ziekten. Deze geestelijke weg is niet slechts een alternatieve methode van gezondheidszorg. Werkelijk geestelijke genezing is wetenschappelijke, Christelijke genezing. Een Christelijke genezing reikt veel verder dan het normaliseren van gebrekkige lichamelijke functies of het lichaam bevrijden van pijn. Christelijke genezing brengt deze verbeteringen inderdaad te weeg; maar we worden er tevens door veranderd - we worden herboren, vernieuwd, ons denken komt op een hoger plan en ons bewustzijn wordt geestelijker. Deze transformatie, deze vergeestelijking van het bewustzijn, is de wezenlijke reden om genezing langs geestelijke weg te kiezen. In het algemeen zijn stoffelijke geneesmethoden gericht op een behandelen van het lichaam: het innemen van medicijnen, het doen van oefeningen, het chirurgisch verwijderen van zieke delen. Maar Christelijk genezen is geheel gebaseerd op gebed; verlossing en wedergeboorte zijn er noodzakelijk in besloten. Waarlijk Christelijk genezen kan niet worden gescheiden van geestelijk begrijpen, van het besef dat God oneindige Geest is, het goddelijk Gemoed, zuivere Liefde, en dat de mens de volmaakte, geestelijke weerspiegeling is van zijn Schepper.

vrijdag 15 februari 2019

Jezus' blijvende opdracht

Geestelijke genezing stond in het middelpunt van Jezus’ eigen werk en vormde de blijvende opdracht die hij zijn volgelingen gaf. Onze Meester heeft gezegd: “Die in mij gelooft, de werken, die ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want ik ga heen tot mijn Vader” (Joh.14:12). Mrs. Eddy geeft in een van haar bijbellessen wat meer inzicht in de machtige betekenis van deze woorden van Jezus. Zij schrijft: “Het ten uitvoer brengen van de grootse waarheden van het Christelijk genezen kan in ieder tijdperk gebeuren, zoals bovenaangehaalde bijbeltekst duidelijk te kennen geeft en het oorspronkelijk Christendom bevestigt.” Vervolgens wijst Mrs. Eddy naar een andere bijbeltekst, waar Jezus aangeeft hoe belangrijk het genezen is. Zij zegt dan: “Ook in het laatste hoofdstuk van het evangelie van Markus komt dit onderwerp nadrukkelijk aan de orde: daar wordt genezen een voorwaarde voor verlossing genoemd door alle eeuwen en voor de gehele Christenheid” (Miscellaneous Writings. p. 192)”. Iedere genezing die door gebed wordt verwezenlijkt, is een stap vooruit bij het uitwerken van onze eigen zaligheid. En aangezien ons gebed en onze genezingen iets aantonen van de reine harmonie van Gods schepping - de waarheid van het zijn - helpen we tevens de wereld om zich te bevrijden van het waangeloof dat er een macht bestaat die aan God tegengesteld is. En dat is wat ziekte in werkelijkheid is: een leugen, een waan, die suggereert dat er een of andere macht bestaat die de waarheid van Gods almacht en van Zijn oneindige goedheid krachteloos kan maken. Het Christelijk genezen weerlegt leugens. Vrees en onwetendheid worden erdoor geëlimineerd. Zonde wordt erdoor verdreven. Wij worden erdoor veranderd. Christelijk genezen is een “voorwaarde voor verlossing”.” Dat is nu juist waarom het zo belangrijk is.

donderdag 14 februari 2019

Standpunt opvatting ervaring

Ons begrip van de werkelijkheid is niet iets dat alleen maar de dingen voor ons beter maakt. Nee, de werkelijkheid is oneindig en hoe meer wij de Christus in ons leven aanvaarden, des te meer van die oneindige werkelijkheid deel van onze ervaring wordt. Wat betekent dat in de praktijk nu in verband met de dingen die wij doen?  Als wij bijvoorbeeld een auto besturen, zien we die dan als een vernuftig mechanisch middel om ergens te komen, een statussymbool dat ons meer aanzien geeft, of als een teken van bevrijding van beperkingen - iets dat getuigt van een toenemende beheersing van de ruimte, of zelfs als een wat dieper inzicht in de alomtegenwoordigheid van het goddelijk Gemoed? En hoe zien wij andere automobilisten? Vormen zij een potentieel gevaar voor onze veiligheid, of aanvaarden wij elk van hen als een kind van God zoals wij zelf dat zijn, dat bestuurd wordt door Gemoed en zich daarom aan de wet houdt en dat beheerst en liefdevol is? Onze ervaring zal in overeenstemming zijn met wat we aanvaarden en verwachten. Ons standpunt volgt onze opvattingen en onze opvattingen vormen onze ervaring. Dit is dus niet alleen maar een mooie theorie. “Ieder stoffelijk geloof duidt op het bestaan van de geestelijke werkelijkheid; en indien stervelingen worden onderwezen in geestelijke dingen, zal blijken dat het omkeren van het stoffelijk geloof in al zijn uitingsvormen, symbool en vertegenwoordiger is van onschatbare, eeuwige en altijd-aanwezige waarheden,” schrijft Mrs. Eddy in Miscellaneous Writings p.60-61.

dinsdag 12 februari 2019

Omkering van de werkelijkheid

Wij behoren de werkelijkheid van onszelf te kennen. Christian Science toont aan dat de mens geheel geestelijk is. Hij is geen sterveling met een eigen gemoed, afhankelijk van de stoffelijke zinnen. Evenmin wordt hij bestuurd door de hersenen, waardoor hij gedwongen zou worden eindige, verwrongen opvattingen van de werkelijkheid te vormen en dan gade te slaan hoe deze in zijn ervaring gestalte krijgen - als het ware zijn mentale bed opmakend om er dan in te moeten liggen. Niets stoffelijks kan uiteindelijk werkelijk zijn. De werkelijkheid is geheel en al geestelijk. Hoe hoger ons begrip van de werkelijkheid is en hoe meer wij ervan begrijpen, des te beter zullen wij in staat zijn de goddelijke werkelijkheid in onze ervaring tot uitdrukking te brengen. De mens is de weerspiegeling van God, het goddelijk Gemoed. Hij ziet, hoort, voelt en weet alleen wat dit Gemoed hem ingeeft. Het onvermijdelijk gevolg daarvan is dat onze menselijke ervaring verandert. “Wij zien om ons heen niet veel van de werkelijke mens, want hij is de mens van God; terwijl ons beeld de menselijke mens is,” schrijft Mrs. Eddy. Even verder zegt ze: “De wetenschappelijke mens en zijn Maker zijn hier; en u zou niemand anders dan deze mens zijn, als u de vleselijke opvattingen ondergeschikt zou maken aan de geestelijke zin en de oorsprong van het zijn” (Unity of Good p. 46). Deze benadering betekent niet het leven door een roze bril zien en alles wat akelig of dreigend lijkt negeren.  We beschouwen eerder het menselijk beeld, wanneer het goed en veelbelovend is, als een omkering van de werkelijkheid.

maandag 11 februari 2019

Geestelijk waarnemingsvermogen

Wat is de werkelijkheid? Is het niet meer dan het geheel van wat we om ons zien en horen? Of is er meer dat we zouden moeten zien, en bezitten we misschien het vermogen de indrukken van de zinnen met wat dieper inzicht te verklaren? Onze kijk op de werkelijkheid is niet iets waar we aan vast zitten en dat ons altijd onder dezelfde soort omstandigheden op dezelfde manier doet reageren. Integendeel, onze visie ontwikkelt zich en wordt ruimer naarmate wij ons meer bewust worden van Geest en minder voor onze informatie afhankelijk zijn van de stoffelijke zinnen. Met andere woorden, we hoeven niet alles wat we horen en zien zonder verder denken automatische te accepteren. Het is niet nodig ons te laten bedriegen of beperken door wat zij ons voorhouden, want wij bezitten door de tegenwoordigheid van de Christus de intelligentie, het onderscheidingsvermogen en het oordeel om ieder stoffelijk getuigenis te testen en in twijfel te trekken. We hebben in feite een ingeschapen geestelijk waarnemingsvermogen dat ons te allen tijde intuïtief kan leiden. En wanneer dit innerlijk waarnemingsvermogen of deze geestelijke zin duidelijker en sterker wordt, komt het in de plaats van de zogenaamde invloeden die onze gedachten hebben bepaald in ons verleden. Christus Jezus zei: “Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel” (Joh. 7:24). In antwoord op de vraag: “Is er iets werkelijks in hetgeen de lichamelijke zinnen waarnemen?” schrijft Mrs. Eddy: “Alles is net zo werkelijke als u het maakt en niet meer. Wat u ziet, hoort, voelt, is een staat van bewustzijn en kan geen andere werkelijkheid hebben dan hetgeen u eraan toekent.” Zij gaat verder in de volgende alinea: “Het is gevaarlijk om te steunen op het zinnengetuigenis, want dit getuigenis is niet absoluut en daarom niet werkelijk, zoals wij dat woord begrijpen” (Unity of Good blz. 8).

zaterdag 9 februari 2019

Eeuwigdurende werkelijkheden

Het sterfelijk gemoed verpersoonlijkt goed en kwaad, en noemt ten onrechte goed kwaad en kwaad goed. Als we ons verlaten op geestelijk inzicht weten we dat God en Zijn manifestatie het goede is, en dat het kwaad slechts het geloof is in de afwezigheid van het goede. Daarom weten we ook dat we niet tegen de dwalende, haatdragende, boosaardige en moorddadige personen de strijd hoeven aan te binden om hen te overwinnen en te vernietigen, en we weten met een absolute overtuiging dat we kunnen vertrouwen op eeuwige waarheden om de gevolgen van de leugens van de vader van alle leugens, het sterfelijk gemoed, nietig te verklaren. Jezus’ kruisgang was een smarteljke ervaring. Zo hij zich in gebed niet bewust was geweest van de eeuwigdurende werkelijkheden, zou hij dan tegen hen die hij na zijn opstanding ontmoette en die jammerden over de droeve dingen die zich in Jerusalem hadden afgespeeld, gezegd kunnen hebben: “Welke dingen?” (Luk.24:19). Hij wist dat zijn identiteit onsterfelijk en door God geschapen was en voor altijd samen bestond met het goddelijk Gemoed. Uiteindelijk kon hij alleen weten en liefhebben wat Gemoed weet en liefheeft. Mrs. Eddy verzekert ons: “Het ware en bewuste wezen van Jezus verliet nooit de hemel voor de aarde. Het verbleef voor immer in de hoge, zelfs terwijl stervelingen geloofde dat het hier was. Hij sprak eens over zichzelf (Joh. 3:13) als over ‘de zoon des mensen die in de hemel is’ - treffende woorden, die lijnrecht in tegenspraak zijn met de algemene opvatting van Jezus’ wezen” (No & Yes p. 36).