donderdag 13 december 2018

Levend water

In het evangelie van Johannes lezen we over de vrouw uit Samaria. Zij trof Jezus aan bij de bron, waar hij heel alleen zat uit te rusten van zijn lange tocht. Zij was slechts gekomen om water te halen. Jezus zag dat haar verlangen naar leven en liefde niet bevredigd kon worden uit de diepte van de bron en moedigde haar aan in meer geestelijke zin te denken. Hij sprak tot haar van de gaven Gods en noemde dat ‘levend water’. Als de gebeurtenis bij de bron zich ontvouwt, wordt al spoedig duidelijk dat de dorst van de vrouw dieper ging dan water ooit zou kunnen bevredigen. Het bleek dat zij haar leven al met vijf verschillende mannen had gedeeld, en nu een zesde had, met wie zij niet was getrouwd. De geestelijke zin van Jezus legde dit feit bloot, tot grote verbazing van de vrouw. Klaarblijkelijk was het niet zijn bedoeling om slechts op de zonde te wijzen of om haar te veroordelen; het was om haar iets te geven - een geschenk, een innerlijke levensbron - zodat ze met zondigen kon ophouden. Wat was dat geschenk dat Jezus deze vrouw - en ons allen - aanbiedt? Het was, en is nog steeds, een beter besef van de aard van God als immer aanwezige Geest, als de goddelijke Liefde, die alle ruimte vult als de ene volmaakte bron van de schepping, die eveneens geestelijk en eeuwig moet zijn. De mens is in werkelijkheid  de afstammeling van Geest en dus geestelijk - de mens is de uitdrukking van Liefde, voor eeuwig verbonden met God, de bron van zijn wezen. Het voorziet ons van een springfontein van ‘levend water’, die leidt tot het eeuwige leven.

woensdag 12 december 2018

Goddelijke goedheid

Is het feit dat er zoveel menselijke problemen bestaan op zichzelf al niet en aanwijzing dat er aan de menselijke gedachten iets fundamenteels mankeert, dat voortdurend geruststelling van buitenaf behoeft? Bidden geeft die geruststelling. Het doel van bidden is de gedachten van de mens te vergeestelijken, zodat de kleinzieligheid van zelfbeklag en egoïsme plaats maakt voor een ruimer begrijpen van het oneindige goede dat we God noemen. God beloofde aan Mozes (Ex.33:19): “‘Ik zal mijn goedheid voorbij uw aangezicht laten gaan’. Hoe stellen we ons goedheid eigenlijk voor? God is Geest en Zijn goedheid is dus geestelijk van aard. Die uit zich in eigenschappen als liefde, reinheid, wijsheid, kracht - eigenschappen die onze ervaringen verrijken en zegenen met wat op dat moment nodig is. Het streven om aan deze eigenschappen steeds duidelijker uitdrukking te geven is op zichzelf al een vorm van gebed, omdat we aan de kwaliteiten gestalte geven die het wezen van goedheid uitmaken. Dat is de manier om beter te begrijpen wie we in werkelijkheid zijn - het beeld van God, niet te scheiden van Zijn zorg en liefde. Dan zien we onszelf niet meer als een sterveling die gebrek heeft. Door te menen dat goedheid niet meer is dan een menselijke eigenschap die sommige mensen wel en andere niet hebben, beperken we het begrip goedheid en daarmee ook onze verwachtingen om die goedheid te ervaren. Maar als wij de kleinste manifestatie van goedheid zien als een teken van Gods weldadigheid, stemmen we onze gedachten in op dezelfde golflengte als die van de oneindige goedheid en zo zullen we in ons leven meer van de goddelijke macht ervaren.

dinsdag 11 december 2018

Licht op het water

Er bestaan tal van verhalen en gedichten die ‘licht op het water’ als thema hebben. Een ieder die weleens op zee, op een meer of een rivier is geweest op een bewolkte avond weet hoe donker het dan kan zijn. Door de terugkaatsing op het water lijkt het alsof de duisternis volledig is - zij is boven je, naast je, onder je. Het belangrijkste op zo’n moment is dat je richting kan vasthouden, dat er een baken - een licht is dat de weg aangeeft. Bewolkte avonden op het water symboliseren voor mij ogenblikken waarin we ons helemaal verlaten voelen, omgeven door duisternis en angst. We hebben allemaal wel eens op onze eigen donkere wateren vertoefd. Ook hebben we nederig en soms wanhopig uitgekeken naar iets dat de weg kan verlichten en ons wijst hoe we een veilige haven kunnen bereiken. Dat is precies wat de Bijbel doet. De voortdurende en hoopgevende belofte van Gods Liefde is het steeds terugkerende thema van de Bijbel. Door het woord van de Bijbel spreekt Gods Woord tot ons door alle tijden heen en tot ieder volk, dwars door de duisternis heen waarin we in ons leven zoal terecht schijnen te komen. De Bijbel is door de eeuwen heen een bron van licht en inspiratie geweest en dat zal de komende eeuwen niet afnemen. Het licht van de Bijbel verflauwt niet. Het spreekt tot de trotse golven en zij gaan liggen, het maakt het kromme pad recht en verheldert de nacht. Het leidt ons naar de ene bron van alle ware licht - God, oneindige Geest.

zondag 9 december 2018

Geestelijke perceptie

Een stoffelijk opvatting van het leven met alle angsten van dien raakt op allerlei manieren verstrikt in het geloof dat we buitengesloten zijn van Gods zorg en bestuur. Maar ieder mens bezit een geestelijke perceptie die nooit verloren kan gaan. Het is deze altijd actieve, sterfloze perceptie die uiteindelijk aan het licht moet komen in het menselijk denken. Is dit niet de logische en realistische verklaring van wat Christus Jezus verwachtte dat anderen zouden doen? En verklaart dit niet tevens waarom hij zo vol vertrouwen was dat anderen genezen konden worden door geestelijke behandeling? Wij zijn allemaal zoveel meer dan wat aan de oppervlakte waarneembaar is. Naarmate wij ons het feit eigen gaan maken dat de kracht van goedheid en gezondheid en wijsheid permanent deel uitmaakt van ons werkelijke zelf, gaan we anders reageren op onze medemensen en iets meer zien van de oneindige mogelijkheden en we zullen minder vlug geneigd zijn iets als onvermijdelijk te bestempelen. Het leven heeft een geestelijke grondslag. Zelfs wanneer wij er een puinhoop van maken, komt de idee van de mens als de uitdrukking van God steeds weer naar voren. Jezus noemde het zoonschap. de apostel Paulus gebruikt de meer algemene termen van een nieuw zelf. Maar hoe het ook genoemd wordt, als wij gaan zien dat de uiteindelijke werkelijkheid van het leven goddelijk en goed is, dan gaan wij begrijpen dat deze uiteindelijke werkelijkheid tevens het tegenwoordige bestaansfeit is. Als we het leven gaan zien vanuit dit geestelijke standpunt geeft ons dat de kracht en de zekerheid die de grondslag vormen van Christelijke genezing en wedergeboorte.

zaterdag 8 december 2018

Scherpe geestelijke visie

Het eerste hoofdstuk van Genesis vermeldt: “God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed” (Gen. 1:31). Moeten we de mens die God geschapen heeft niet als “zeer goed” zien, goed in een volkomen reine geestelijke betekenis - als levend in zijn schepper, God en niet in de stof? Werkelijk zien is ons vermogen om de mens en het heelal te zien zoals God ze geschapen heeft. Hoe kunnen we ons het vermogen om te zien dat wat het goddelijk Gemoed ons schenkt praktisch eigen maken? Door onze gedachten in Wetenschappelijke banen te leiden. In plaats van blindelings het valse getuigenis van het sterfelijk gemoed, het vermeende tegengestelde van het goddelijk Gemoed, voor werkelijk aan te nemen moeten wij de Adamdroom als was er leven in de stof krachtig ontkennen. Wanneer deze ontkenning gepaard gaat met een krachtige bevestiging dat de werkelijkheid van Gods schepping “zeer goed” is, bevrijdt dat ons gaandeweg van de achteruitgang die men gewoonlijk aan het stoffelijk gezichtsvermogen toeschrijft. Begrippen als bijziend en verziend gaan uit van de veronderstelling dat het gezichtsvermogen in de stof is en onderhevig aan de wetten van de optica. De Wetenschap echter leert ons juist het omgekeerde. God schenkt de mens heldere en scherpe geestelijke visie, die niets te maken heeft met menselijke begrippen als gezichtsveld, afstand en brandpunt. Het werkelijke gezichtsvermogen van de mens wordt dus nooit aan banden gelegd door de stof, of die nu dichtbij dan wel veraf is. Volmaakt en scherp zien is voor altijd het kenmerk van geestelijke, goddelijke mentale visie.

vrijdag 7 december 2018

Kinderen Gods

Het is verstandig onze tekortkomingen te erkennen want dat is de eerste stap om ze te overwinnen. Maar het is niet verstandig om die tekortkomingen zo te overdrijven dat we daardoor ons vertrouwen en onze mogelijkheden ondermijnen. Het belangrijkste is niet de vraag hoe groot onze theoretische kennis van de Wetenschap van Christus is, maar hoe zuiver en geïnspireerd ons begrip van Waarheid is en hoe onzelfzuchtig we zijn in ons verlangen daar anderen mee te helpen. Bedenk wat Jezus tegen zijn volgelingen van alle tijden heeft gezegd: “Ik ben met u al de dagen” (Matt.28:20). en “Vreest niet, gij klein kuddeke” (Luk.12:32). Het is altijd God die geneest en nooit een persoon. Een van de grote wonderen van de goddelijke Liefde is dat, als we met onzelfzuchtige beweegredenen voorwaarts gaan om God te dienen, Hij daartoe ook op de een of andere wijze de weg voor ons opent. God is één geheel - alle macht en tegenwoordigheid, de enige oorzaak. De mens is het kind van God, de weerspiegeling, het beeld of de idee van het ene oneindige goede. God heeft de mens geschapen om Zichzelf tot uitdrukking te brengen; daarom is de mens geestelijk en volmaakt en compleet. In de Bijbel heet het: “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods” (1Joh.3:2).

donderdag 6 december 2018

Volmaakte kinderen

Wat een verschil tussen het algemeen aanvaarde geloof dat de mens een onbelangrijk sterveling is, van geboorte tot dood in een stoffelijk lichaam aan allerlei omstandigheden blootgesteld, en de opvatting dat de mens (de werkelijke u en ik) Godgelijkend is, tot in de kleinste bijzonderheden volmaakt - onbeperkt door het lichamelijke. Om ons eigen werkelijke zelf te vinden moeten wij beginnen met een beter begrip te krijgen van onze schepper, van het Gemoed en de Geest die wij weerspiegelen. Als wij werkelijk pogingen doen om God te begrijpen en lief te hebben, zullen wij onszelf en anderen ontdekken als Zijn onvernietigbare en volmaakte kinderen. Omdat God Ziel is, het uitgangspunt van schoonheid, vreugde en individualiteit, drukt ieder van ons in feite deze kwaliteiten uit. Velen beschouwen Ziel als een geestelijke entiteit tijdelijk opgesloten in een stoffelijk lichaam, die bij de dood het lichaam verlaat. Maar de Wetenschap van Christus verklaart de mens logischerwijze als helemaal geestelijk, als de manifestatie van Geest, van de ene, oneindige Ziel. Het begrijpen hiervan versterkt ons geestelijk en lichamelijk. Mrs. Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid p.257: “Gemoed schept Zijn eigen gelijkenis in ideeën en de substantie van een idee is heel iets anders dan de vermeende substantie van de nonintelligente stof.”